Web 2.0

Sociaal media-dieet26 Mar

Wired, een maandblad over alles wat digitaal is, schreef een artikel over een gebalanceerd media-dieet: hoe je je mediaconsumptie zou moeten verdelen over de verschillende media. Hierbij wordt de link gelegd met gezonde voeding: zoals je goed eet om fit en scherp te zijn, zo moet je bewust met je media om gaan om goed geinformeerd te zijn.

Het artikel gaat uit van de Amerikaanse 9 uur mediagebruik per dag, in Nederland halen we dat niet. Volgens onderzoek van Spot besteed de Nederlander gemiddeld 4,9 uur aan het gebruik van media. Dat is meer dan de helft van de totale vrije tijd (9,2 uur) die we per dag hebben. Volgens wired zouden we die als volgt moeten besteden:

  • Een half uur aan gaming
  • Een uur aan sociale aspecten: 40 minuten aan sociale netwerksites en 20 minuten aan microblogging
  • Een uur en een kwartier zijn gereserveerd voor nieuws, waarvan drie kwartier voor traditionele nieuwsmedia en een half uur voor het nieuws dat via RSS, blogs, en op andere manieren bij ons komt
  • Een uur en drie kwartier voor ontspanning. Daarvan zou je dan drie kwartier voor de televisie door moeten brengen, een half uur video kijken op internet en een half uur voor het volgen pod- en vodcasts.

Het artikel geeft geen uitsluitsel waarom we onze uren zo moeten besteden. Een deel sluit heel aardig aan bij wat we sowieso al in onze vrije tijd doen: we ontspannen voor de televisie en we houden bij wat ons interesseert in kranten en tijdschriften. Ook het uur aan sociale contacten is niet echt nieuw, alleen de manier waarop we dat doen en de hoeveelheid mensen waarmee sociale interactie hebben is gegroeid. Voor mensen van mijn leeftijd is denk ik vooral het gaming deel verrassend en nieuw. We zouden dat in eerste instantie rekenen onder entertainment, maar uit onderzoek blijkt toch dat gaming wel degelijk een eigen functie is.
Er is veel aandacht geweest voor de negatieve aspecten van games: verslaving, geweld, het zou allemaal komen door spelletjes. Deze effecten zijn er ook, maar er zijn inmiddels ook veel onderzoeken gedaan naar de positieve aspecten van gaming: ruimtelijk inzicht, oog-handcoördinatie, intellectuele prestaties, en dankzij de Wii ook het fysieke welzijn hebben allemaal baat bij games.
Kortom, dat media-dieet is zo gek nog niet, het is de moeite waard eens te kijken hoe je je tijd in de media gebruikt.

Web 2.0

Het doel van social media18 Mar

Voor mijn studenten Digitale Communicatie ben ik een les social media aan het voorbereiden, met daarin een onderdeel hoe je een Social Media strategie formuleert. De basis voor je social media strategie is uiteraard je ‘gewone’ marketing- of communicatiestrategie. Je kijkt welke doelen of doelgroepen je in je reguliere strategie niet of minder goed bereikt en kijkt of social media daar bij kunnen helpen.
Kort daarvoor kreeg ik het overzicht van de CMO Social Landscape onder ogen. Een heerlijke spiekbrief (het plaatje linkt naar een pdf) waarop je kunt zien waar welke social media geschikt voor zijn. Een heel handig overzicht omdat je van een aantal belangrijke sites heel snel ziet waar ze goed en minder goed in zijn.

Wat bij mij vooral bleef knagen in het model, waren de vier verschillende strategieën die gekozen waren: Customer communication, Brand exposure, Traffic to your site en SEO. Het leek mij dat er toch veel meer mogelijke strategieën zouden moeten zijn. Uiteindelijk zou ik customer communication wat meer specificeren tot direct contact met de klant, omdat het voor met name organisaties toch lastig is om communicatie anders te zien dan alleen zenden. In essentie denk ik wel dat de vier doelen die hier genoemd worden, toch wel de belangrijkste doelen of strategieën zijn waarom je social media in zou zetten.

Web 2.0

Onze doelgroep zit niet op Twitter23 Feb

Ik zit al jaren in het orkest van de plaatselijke musicalvereniging Sempre Sereno. Dit jaar zijn een aantal leden van de vereniging gaan twitteren sommigen actief en sommigen eigenlijk niet. Ik mailde de zanger/speler die alle digitale communicatie  en aangezien er steeds meer leden twitteren suggereerde ik hem om een hashtag te gebruiken. Een hashtag is een term achter een hekje en hashtags worden toegevoegd aan een tweet die over een bepaald onderwerp gaan. Met een hashtags kun je tweets over dat onderwerp volgen, of de tweets over dat onderwerp op een site publiceren. Lowlands gebruikte zo de hashtag #ll09 voor vorig jaar en #ll10 voor dit jaar. Als je in het menu op Tweet Tweet klikt, dan zie je de twitterfountain: wat twitteren mensen nu over Lowlands 2010.

De reactie van de webmaster van de musicalclub was exemplarisch: er zijn maar zo weinig leden die twitteren, ik denk dus niet dat onze doelgroep daar zit. Kortom het had dus geen zin om daar tijd in te steken. Mijn insteek was anders: als je op de site van de vereniging een overzicht geeft van de tweets met je hashtag, krijgt je bezoeker inzicht van wat er over je geschreven wordt. Zeker in het voortraject kan dat leuk zijn als het gaat over repetities, het bouwen van decors en het naaien van kleding. Maar ook tijdens de voorstellingen: als je je publiek de hashtag geeft, dan kunnen zij direct na de voorstelling op je website zetten wat ze ervan vinden. Dus je gebruikt twitter niet om je doelgroep via twitteraars te bereiken, maar om content die twitteraars sowieso maken te gebruiken voor je doelgroep.

Wat specifiek voor twitteraars leuk is, is dat ze contact kunnen hebben met anderen die de voorstelling zien, of die meegedaan hebben. Een paar jaar geleden liep in onze musical Chicago de persoon Dick Tracy rond, veel mensen begrepen dat niet. Als je de hashtag van de voorstelling volgt, dan kan je vragen of er iemand is die het wel begrepen heeft en zo kan er discussie ontstaan.

Natuurlijk kunnen hashtags ook tegen je werken. Als je een slechte voorstelling hebt en je publiek twittert daarover, dan staat het op je site, of, als bedrijf, als je service slecht is, dan staat dat ook op je site. Laten we wel wezen: de reactie via twitter, zijn reacties die toch wel komen. Communicatie is niet meer te sturen, het gaat niet meer om zenden, maar om luisteren en adequaat reageren. Als je op je site adequaat reageert, dan ziet je publiek of je klanten dat ook. Om de content van je klanten of je publiek actief te gebruiken, moet je ook bewust om gaan met hoe je met hun bijdragen om gaat en hoe je daar adequaat op reageert.

Wat is Twitter:

Hashtags voor twittergebruikers:

Een voorbeeld van een twitterfountain op groot scherm: op seats2meet worden op een monitor alle tweets met hashtag seats2meet (of s2m) vertoond. Je ziet dus als je binnen komt heel snel wie (twitternamen) er is en wat ze doen.

Marketing,Web 2.0

Connecties maken01 Feb

Onlangs zat ik met een beeldend kunstenaar een een begeleider van ondernemers om tafel. Via een advertentie waren we bij elkaar gekomen om de beeldend kunstenaar te helpen om haar kunst te verkopen. In het voorstelrondje vertelde ik van mijn interesse in internet en web 2.0, de begeleider van ondernemers vertelde daarop heel resoluut dat hij niet geloofde in internet, het ging om echt contact. Hij had van die mensen die dan een website bouwden en dachten dat ze dan klaar waren. Ik kon dat alleen maar met hem eens zijn. De meeste websites zijn een folder (of bij grote organisaties een catalogus of handboek) die ergens neergelegd wordt en dan moet de potentiele klant die maar zien te vinden. Vooral voor ZZP-ers biedt het moderne web veel mogelijkheden om daadwerkelijk connecties te leggen met mensen waarmee je iets gemeenschappelijk hebt.

Contactleggen en het web

Door alle social media op het web is het makkelijk een niche te vinden van mensen die een potentiele klant zijn of in een zelfde niche zitten. Door middel van blogs, forums, twitter searches op onderwerp, foto’s of video’s kun je mensen zoeken met een specifieke interesse of een bepaald soort probleem. Zo legde ik op het web connecties met een liefhebbers van klassieke muziek, mensen die zich bezighouden met web20 en mensen die zich specifiek bezig houden met web20 in de zorg of met web20 en innovatie. Kortom, voor iedereen, organisatie, ZZP-er of organisatie zijn er (groepen van) mensen te vinden die interessant zijn.

De kunstenares in kwestie had een serie beelden gemaakt van oude rockers: Hendrickx, Zappa, Joplin (onder andere), dus ik raadde haar aan om eens te gaan kijken op fora waar fans van oude rockers zaten. Dat had ze gedaan, alleen was daar niets uit gekomen en dus was ze er mee gestopt. En daar zit een valkuil die veel gemaakt wordt, zowel in relatie tot internet als in relatie tot social media. Internet is snel: je hebt zo een website en je vindt zo een community met interessante mensen, dus zullen de resultaten ook wel snel zijn. De waarheid is dat je gewoon relaties moet opbouwen met mensen, een connectie moet maken, alleen dan wel over het web, zonder direct face-to-face contact, en dan duurt het even voor er ook zakelijk vertrouwen is. Dus nee, internet is niet het magische middel waarmee je klanten kunt werven zonder er tijd en energie in te stoppen. En hier vonden de begeleider van startende ondernemers en ik elkaar. Toch blijft er een spanningsveld: grote aankopen als kunst zullen niet snel online gedaan worden, aan de andere kant is de kans dat je mensen vindt die iets met jou kunst hebben groter. Afhankelijk van je product of dienst kan het werken via social media dus heel erg zinvol zijn, want via internet koop je relatief makkelijk een book of e-training. Zeker als die precies aansluit bij jouw behoefte.

Persoonlijk en grote organisaties

Uiteraard hebben grote organisaties deze lessen ook geleerd en gebruiken zij social media ook. Ze hebben vaak webcare teams, die op internet kijken wat er over hun organisatie geschreven wordt, en een twitter-account waarmee ze nieuws op hun website pluggen. Als ik twitter over mijn telefoon word ik gevolgd door de fabrikant, als ik twitter over het maken van een factuur dan word ik gevolgd door de producent van facturenmaakprogramma’s. En dat is goed, dat is prima, alleen heeft dat weinig te maken met het sociale van social media. Het is natuurlijk de vraag hoe je als grote organisatie persoonlijk kan zijn, maar eigenlijk doen grote organisaties dat al heel lang: verkopers bouwden altijd relaties met klanten op, en dat moeten ze nog steeds doen, alleen anders.

Het antwoord is ook relatief simpel: in alle organisaties werken mensen. Veel van die mensen zijn al actief op het web en schrijven waarschijnlijk over producten, over het merk en over het bedrijf. Laat ze dat doen, laat ze interacteren met de buitenwereld, laat ze communiceren met klanten, tevreden gebruikers, ontevreden gebruikers en de sceptici. En ja, het is riskant, want ontevredenheid over het werk en het bedrijf kunnen zo ook makkelijk naar buiten komen. Maar laten we wel wezen, dat gebeurt ook wel als u het niet toestaat. Er is een spanningsveld, want wil je je als organisatie wel indentificeren met hun manier van communiceren? Een leuk voorbeeld vind ik de twitteraccount van de ANWB, die is heel zakelijk “Erg glad door sneeuw op A28…”, maar geeft soms ook commentaar op wat er op de weg gebeurt “NOS doet stand-uppertje langs de A1 bij Muiderberg.De file is self-inflicted. Lampen en sat.schotel trekt kijkers.Toch nog file in beeld ;o)”. Bovendien reageert hij (of zij) als je via twitter wat vraagt.

De conclusie is dat het corporate inzetten van social media door grote organisaties wel mogelijk is, maar dat je mensen die de account bedienen ook menselijk moet laten zijn: geeft ze de ruimte om te reageren op andere gebruikers en op actuele berichten. Zo ontstaat een organisatie die echte connecties maakt. Het heeft geen zin om voor medewerkers social media te verbieden omdat je het niet kunt controleren. Wat je wel kunt doen is een een social media handvest of social media richtlijn opstellen, zodat voor medewerker duidelijk is wat ‘geoorloofd’ gedrag is op het web en wat niet. Dit geldt dan uiteraard vooral voor uitingen waarbij de relatie tussen de persoon en de werkgever duidelijk is.

Bedrijfsvoering ZZP-er,Web 2.0

Zakelijk en privé18 Sep

Mijn interesse voor web 2.0 was in eerste instantie puur privé: in de jaren 90 was ik actief participant van een mailinglijst over de componist/bandoneonist Astor Piazzolla en in 2004 begon ik mijn weblog. Dat weblog dat was een echt live-log: de dingen die ik meemaakte, hoe ik me voelde, concerten die ik bezocht had, maar ook hoe ik mijn werk beleefde, maar publiceerde niet open en bloot waar ik werkte. Werk en privé waren twee dingen. Sommige collega’s lagen wel mee op mijn log, maar ik hield redelijk in de hand wie waar mee las. Toen ik begon te freelance ging ik in eerste instantie op dezelfde voet door, maar toen ik voor mijn studie aan mijn scriptie begon, veranderde er wat. Werk en privé gingen door elkaar lopen. Mijn studie deed ik privé, maar het leek me zinvol om er over te bloggen, omdat het ook over onderwerpen ging waar ik me professioneel mee bezig hield.

Voor de opleuking van deze site was hij erg web 1.0 (html en frames), wat heel erg niet paste bij wie ik professioneel was. Vandaar dat ik de afgelopen maand een nieuwe site gemaakt heb, waar ook ruimte is om te bloggen. Bovendien heb ik bij mijn contactinformatie linkjes gezet naar al mijn web 2.0 profielen: LinkedIn, Flickr, Youtube, Twitter en allerlei andere sites. Een aantal van de mensen die meekeken met de ontwikkeling van mijn site had daar wat problemen mee. Ze vonden het te persoonlijk, niet zakelijk genoeg en ze waren bang dat potentiële klanten me niet serieus zouden nemen.

Ik heb daar over nagedacht en heb het bewust laten staan. Ook de logjes zullen meer persoonlijk getint zijn dan puur zakelijk. Ik ben freelancer en als je mijn bedrijf inhuurt, huur je mij in. Het is dus helemaal niet verkeerd om dan ook een beeld te geven van de persoon, want het is persoonlijk. Misschien nog wel meer dan zakelijk. Ik doe graag de dingen waar ik goed in ben en die ik leuk vind. Ik vind het helemaal leuk als ik daar ook nog geld mee verdien. En dat is eigenlijk het enige zakelijke aan het verhaal. Verder is het heel persoonlijk en daarom passen hierook logjes over meer privé-aangelegenheden.

Overigens zal dit geen life-log worden. Dat heb ik al en dat is een ander verhaal. Dat is puur persoonlijk: hoe ik me voel en wat ik doe, ook buiten wat als werk geldt. Kennelijk is er dus toch wel een grens tussen wat ik als professioneel en als privé beschouw. De grens is alleen niet hard en niet eenduidig. En daarmee kom je toch tot een zekere mate van schizofrenie die internet mij biedt. Niet alleen privé en zakelijk, maar ook in de taal waarin ik communiceer. Ga ik in het Engels communiceren omdat ik Engelstalige relaties en vrienden heb of ga ik mijn communicatie tweetalig opzetten? Of ben ik alleen professioneel Engelstalig? Of misschien zou het gezien mijn voorliefde voor Zuid-Spanje logische zijn om in het Spaans te communiceren. Wellicht ontstaan daardoor bussiness opportunities in een aangenamer klimaat met een goede keuken.

Voorlopig hier gewoon in het Nederlands, met artikeltjes over online, freelancer zijn en Sharepoint, met zo nu en dan een persoonlijke noot.

Communicatie,Web 2.0

Corporate communicatie en web 2.0 – content van de medewerker12 Aug

Het hele idee van Web 2.0 is een open communicatie. Samen creëer je inhoud, de grenzen tussen zenden en ontvangen bij communicatie. Het is niet meer zo dat organisaties controle hebben over de communicatie over hun bedrijf. Zowel klanten als medewerkers worden steeds actiever op internet. Dit heeft gevolgen voor de communicatie van de hele organisatie. Bij je medewerkers zit de beste kennis over je product en over je klanten. Voor een goede website wil je graag zo goed mogelijk communiceren, gezien web 2.0 zou het dus heel logisch zijn om input direct bij de medewerker te leggen. Je ziet dan ook steeds meer sites waarop de medewerkers van een organisatie een gezicht kijken. De vraag is alleen hoeveel vrijheid de je medewerkers hierin geeft vanuit het standpunt van corporate communicatie.
In een recent project bij een publieke instelling zijn we hier mee bezig geweest. Het idee was dat medewerkers een profiel kunnen vullen zodat bezoekers van de site ook een beeld krijgen van wie ze tegen gaan komen als ze fysiek op bezoek komen. Als je hier praktisch mee bezig gaat, moet je je al snel bezig houden met de concrete inhoud van een dergelijke profiel. In een eerste brainstorm is het heel logisch wat erop moet: een foto, contactgegevens en wat CV-achtige informatie. Maar als je gaat kijken naar de concrete invulling dan loop je vrij snel tegen een spanningsveld aan tussen de openheid van web 2.0 en je corporate identiteit.

  • Foto
    Bij fotografie heb je twee keuzes: je kunt regelen dat er foto’s van medewerkers gemaakt worden om zo een uniforme stijl en uitstraling te hebben (corporate communicatie) of je geeft medewerkers de vrijheid om zelf een foto te plaatsen (web 2.0). In een kleinere organisatie kun je erg veel leuke dingen doen met fotografie. Zo heeft bijvoorbeeld de LAgroup alle medewerkers bovenaan de pagina staan en zijn zij gelinkt aan de projecten die ze doen en de artikelen die ze schrijven. Hoe groter de organisatie is, hoe lastiger het is om foto’s te maken en bij te houden. Dan is zelf laten plaatsen een optie. Maar hoe voorkom je dan je vakantiefoto’s en andere ‘frivole’ foto’s? Vertrouw je je medewerkers dat ze foto’s kiezen die uitstralen wat jij wilt dat de site van jouw organisatie uitstraalt? Een leuke variant die ik tegengekomen ben is een bon voor een portretfoto bij de fotograaf in de buurt: tegen korting kreeg je zelf een exemplaar en de digitale variant werd op de site gezet.
  • Contactgegevens
    Contactgegevens zijn lang niet voor alle organisaties logisch, of lang niet voor alle medewerkers. Traditioneel open wat betreft contactgegevens van de medewerkers zijn de universiteiten.
    Andere organisaties en dan met name semi-overheidsorganisaties zijn vaak minder open met de contactgegevens van hun medewerkers. Met name organisaties als gemeentes of de grote wetsuitvoerders als het UWV of het CIZ kunnen niet zo open zijn met de gegevens van hun medewerkers. Zij hebben vaak te maken met medeburgers die niet primair gericht zijn op het (2.0) delen en wederzijds respect, maar maar al te vaak met medeburgers die er niet voor terug deinzen om op fysieke wijze hun gelijk te komen halen.
  • CV-gegevens
    CV-gegevens zijn zinvol omdat ze aangeven hoe geschikt het personeel van jouw organisatie is om hun werk te doen. De vraag is alleen of ze hun CV-gegevens in willen vullen, waarschijnlijk hebben ze andere prioriteiten. In bedrijven met veel informatiewerkers, zullen veel medewerkers ook al een profiel hebben op bijvoorbeeld LinkedIn. Je kunt natuurlijk naar Linkedin linken, maar dat ligt buiten je eigen site en medewerkers kunnen linkedin gebruiken om nevenwerkzaamheden te promoten. Wil je dat?
  • Vrij in te vullen ruimte
    Geef je je medewerkers de ruimte om zelf tekst aan te leveren? Dit kan je sturen door vragen te laten beantwoorden, maar het blijft een vrij in te vullen ruimte. En een behulpzame ICT-er wist me te vertellen dat vrij in te vullen velden “gevaarlijk” zijn op internet. En ja, medewerkers kunnen daar hun hart luchten over de organisatie en dat kan zowel positief als negatief zijn. Als je als organisatie weet dat je medewerkerstevredenheid laag is, dan is het inderdaad niet verstandig om medewerkers deze uitlaatklep te geven. Aan de andere kant weet je dat mensen hun hart toch wel luchten, of het nu in het café is of elders op het web. Op deze manier maak je de mening van medewerkers over je organisatie wel zichtbaar en daarmee ook bespreekbaar. Het is de vraag of dit de meest zinvolle weg is, maar het is een weg.

Algemeen kun je concluderen dat er niet één oplossing te geven is voor de profilering van medewerkers op het web. Op plekken waar medewerkers al veel met de buitenwereld communiceren en aan individuele marketing doen, is veel ruimte op het profiel gerechtvaardigd. Kijk bijvoorbeeld eens op we@wur van Wageningen Universiteit. In de meeste gevallen is het zoeken en balanceren om te vinden wat het best bij de organisatie past.

eZine

Contact

Annemiek Barnouw
Tarthorst 103
6708 HG Wageningen
0317 426683
06 26650001
annemiek(a)barnouw-advies.nl

Stuur me een e-mail Mijn profiel op LinkedIn Mijn microblog op twitter Mijn foto's op Flickr Mijn flimpjes op YouTube
Mijn bookmarks op Delicous Stuur me een gmail Mijn profiel op Facebook Mijn blogs op technorati Contact via Skype