Communicatie,Organisatie

Samenwerken en overtuigen03 Apr

Voor mijn scriptie ben ik me aan het verdiepen in literatuur over samenwerken. Eén van de belangrijke theorie op het gebied van samenwerken is de prisoner’s dilemma. Robert Axelrod heeft veel experimenten gedaan waaruit hij adviezen heeft geformuleerd om samenwerking te stimuleren.
Via een andere weg had ik de overtuigingsstrategieën van Robert Cialdini leren kennen. Merkwaardigerwijs zit er een overeenkomst tussen samenwerkingsstrategieën.

Samenwerken Overtuigen
Zorgen dat er een toekomstig belang, een toekomstige relatie is Social proof
Leer mensen om elkaar te geven Liking
Zorgen dat er een toekomstig belang, een toekomstige relatie is
Wederkerigheid Reciprocity
Zorg dat mensen samenwerkingsstrategieën herkennen
Verander de pay off: grotere beloning voor samenwerken of grotere straf voor niet-samenwerken
Authenticity
Authority
Scarcity

Ik heb lang gedacht dat hier een soort kip en ei redenatie achter moest zitten: is samenwerken een belangrijke katalysator voor voor overtuigen of heb je overtuigingskracht nodig om tot een goede samenwerking te komen?

Uiteindelijk ligt de sleutel bij het leggen van een link met een andere persoon: als het je lukt om een connectie te maken, dan werk je makkelijker samen, en ben je eerder geneigd naar andermans argumenten te luisteren.

Communicatie

Google wave11 Dec

In mei van dit jaar was de introductie van Google Wave op een congres en een youtubefilmpje van deze presentatie werd online gezet. Binnen de kortste keren zoemde het over het web over alle geweldige dingen die Google Wave kon. Het is een realtime online samenwerkingstool waarmee je bestanden en informatie kunt delen. Het programma is helemaal open source, dus een handige programmeur kan apps ontwikkelen, zodat gebruikers nog specifieker voorzien kunnen worden in hun behoeften.

Voor wat allemaal kan met Google Wave is het zinvol om onderstaand filmpje (bijna anderhalf uur, presentatie begint bij 2:45) of deze samenvatting van de functionaliteit.

Ongeveer twee maanden geleden kwamen de eerste Google Wave accounts in omloop. Google pakte Google Wave net zo aan als destijds de invoering van Gmail. Je kon alleen op uitnodiging een Gmail-account krijgen. Doordat de opslagcapaciteit van Gmail vergeleken met bijvoorbeeld hotmail, gigantisch was, werden de uitnodigingen echte hebbedingetjes. Zo raakte de wereld snel verslingerd aan Gmail. Bij Google Wave werkt het hetzelfde: er is een ‘beperkt’ aantal accounts uitgegeven en die accounts krijgen een ‘beperkt’ aantal uitnodigingen die ze door kunnen spelen aan vrienden en bekenden. Toen de eerste accounts vrij kwamen werd er al snel op twitter gebedeld om accounts. Bijna net zo snel was het ook weer stil rondom Google Wave. Natuurlijk praat je ook niet eindeloos over je mailaccount, maar gezien de hele buzz, viel het wel op dat iedereen na een paar weken al allemaal accounts over had. Zelf heb ik een account, ik heb er mee gespeeld, heb me erover verwonderd, oh en ah geroepen en nu kijk ik zo nu en dan verdwaasd naar de pagina waar verder weinig gebeurt.

Ik kan natuurlijk niet het gebruik door anderen beoordelen, maar ik kan wel beoordelen hoe het gebruik bij mijzelf is verlopen. Google Wave is iets fundamenteel anders dan Gmail. Gelukkig maar, anders zou het een zinloze innovatie zijn. Wat het fundamentele verschil is waardoor ik Google Wave niet meer gebruik is omdat ik Google Wave alleen kan gebruiken met mensen die ook een account op Google Wave hebben. Gmail kon ik ook gebruiken met mensen die bij hotmail, hun provider of hun werkgever een mailaccount hadden, daardoor was Gmail voor iedereen interessant. Google Wave is conceptueel zo anders dat het niet uitwisselbaar is met email. Doordat berichten niet meer van server naar server gestuurd worden, maar centraal op een server staan, moet iedereen die google wave gebruikt, toegang hebben tot die ene server. En die toegang heb je met je Google Wave account. Google Wave zal dus alleen werken als groepen die samen willen werken allemaal een Google Wave account nemen. Hetzelfde geldt voor andere systemen waarop bestanden gedeeld kunnen worden, zoals Google docs of de Microsoft teamsites. Je merkt hier altijd dat elke community (groot of klein, formeel of informeel, twee personen of meer die iets samen willen doen) zijn eigen middelen kiest. Doordat je in verschillende communities zit, moet je dan overal een account voor hebben.

Ik heb momenteel geen communities die Google Wave gebruiken, alleen maar ‘losse’ vrienden. Er ontstaat bij mij dus niets op Google Wave. Het voelt een beetje alsof ik een eeuw geleden een telefoon kocht, maar nog niemand kende die ook een telefoon had. Ik vraag me alleen af of het gebruik van Google Wave zo’n algemeen goed zal worden als het gebruik van ‘de’ telefoon. Ik denk dat de vergelijkbare initiatieven elkaar snel zullen opvolgen en dat er altijd mensen zullen blijven die principieel niet bij de een of de andere aanbieder willen. Ik ben benieuwd hoe Google Wave zich verder ontwikkeld en ik hoop het nog een keer echt te kunnen gebruiken met een groep mensen.

Communicatie

Jongeren en klassieke muziek05 Oct

Poster voor klassiek concert gericht op jongerenIk heb een abonnement op de complete Mahler-cyclus van het Koninklijk Concertgebouw Orkest. Mahler en ik blijft een wat moeilijke combinatie. Ik (h))erken zijn kwaliteiten als componist, maar als muziekconsument is mijn concentratiespan eigenlijk te kort. Bij elk deel van zijn symfonieen heb ik na een minuut of vijf a tien het gevoel dat hij wel eens to-the-point mag komen. Alleen gaat het bij Mahler niet om wat hij zegt, maar hoe hij het zegt en net als bij schrijvers rondom de eeuwwisseling heb ik dan wat moeite met de breedsprakigheid.

Wat tijdens het eerste concert (de eerste symfonie) vooral opviel was dat het publiek zo grijs was. Hoewel ik met mijn bijna-veertig niet meer tot de jongeren gerekend kan worden, voelde ik me wel een jongere: het publiek was helemaal grijs. Merkwaardig genoeg was juist het orkest serieus verjongd. In plaats van grijze violen en blazers die nog wel onder Mengelberg gespeeld zouden kunnen hebben zat er een bonte mengeling van twintigers en dertigers. Laten we wel wezen, de leeftijd van een orkestmusicus is niet belangrijk voor de totaalklank. Als het orkest ook gemiddeld ruim boven mijn leeftijd had gezeten, dan was ik serieus bang geweest voor de toekomst van de klassieke muziek. Nu maak ik me geen zorgen over de toekomst van klassieke muziek, dat zit wel snor, maar voor wie spelen deze hoogopgeleide mensen over twintig jaar?

Overal worden pogingen gedaan om meer jongeren naar klassieke muziek te krijgen. En ik geloof echt dat elke poging een goede poging is, want blijven proberen is de essentie. Je kunt je alleen wel afvragen of elke poging ook een effectieve poging is.

Er wordt al langer gesuggereerd dat concerten voor jongeren interessanter gemaakt moeten worden. Ze kijken niet graag naar mensen die in het zwart heel serieus met iets bezig zijn. In mijn omgeving merk ik dat het begrip ‘jongeren’ ruim genomen kan worden, ook 40-plussers hebben hier problemen mee. En eerlijk is eerlijk: een klassiek concert heeft weinig met entertainment te maken. Er zijn wel orkesten die hiermee werken, zo experimenteert het Nederlands Blazers Ensemble met de aankleding van concerten in hun jeugdprogramma’s en dat is echt heel erg leuk. Maar ik vraag me toch af of daar kinderen komen die klassieke muziek niet van huis uit mee krijgen. Met de aankleding en opleuking van een concert of de opmerking dat de pianist ook van dance-tracks houdt krijg je jongeren niet binnen. Als ze op een andere manier binnen komen vinden ze het misschien wel minder verschrikkelijk, en gaan ze misschien uiteindelijk wel naar klassieke muziek luisteren.

Ik heb niet de illusie dat ik weet hoe je jongeren moet bereiken, jongeren zijn een lastige doelgroep en ze hebben hun eigen media, rolmodellen, en opinieleiders. Ik denk dat het al een heleboel zou schelen als de nadruk niet zou liggen op het naar concerten krijgen van jongeren de nadruk zou liggen op het luisteren naar en het verkennen van klassieke muziek. Bijvoorbeeld via games op social network sites. Games worden veel gedaan, goede games worden ook lang gedaan, maar games worden in ieder geval uitgeprobeerd en bereiken zo wel veel mensen. Wat denk je bijvoorbeeld van een game waar je als straatmuzikant begint, geld verdient waarmee je lessen kan nemen en instrumenten kunt kopen. Door vrienden toe te voegen kun je samen gaan spelen en meer stukken gaan spelen. Zo leren de spelers steeds meer repertoire kennen. Bij elk stuk kun je mensen doorverwijzen naar naar concerten of CD’s. Bovendien verwijzen stukken weer door naar andere stukken: “Vind je dit leuk? Luister dan ook eens hier naar”.

Dit doorverwijzen, waar Amazon en Youtube vooral erg goed in zijn, zou ook kunnen helpen. Muziek uit games en televisieseries wordt op internet gezocht, zorg dus als orkest of ensemble dat je meegolft op trends en dat jouw muziek ook te vinden is op die trends. Vervolgens kun je dat dan weer doorlinken naar andere stukken.

Orkesten doen veel aan educatieve projecten en dat juich ik absoluut toe. Alleen denk ik dat het belangrijk is om het bereiken van jongeren ook buiten de schoolomgeving te doen, omdat ze in een leeftijd zijn dat school per definitie stom is. Ik pleit ervoor dat je probeert in hun eigen wereld aanknopingspunten probeert te vinden om klassieke muziek over het voetlicht te brengen. Ze daarna binnen krijgen bij concerten is een tweede. Uiteraard is de kans groter dat ze een keer terug komen als een klassiek concert meer een belevenis is, dan de huidige 100 mensen in het zwart die dodelijk ernstig zich bezig houden met Hooge Kunsten.

Communicatie,Web 2.0

Corporate communicatie en web 2.0 – content van de medewerker12 Aug

Het hele idee van Web 2.0 is een open communicatie. Samen creëer je inhoud, de grenzen tussen zenden en ontvangen bij communicatie. Het is niet meer zo dat organisaties controle hebben over de communicatie over hun bedrijf. Zowel klanten als medewerkers worden steeds actiever op internet. Dit heeft gevolgen voor de communicatie van de hele organisatie. Bij je medewerkers zit de beste kennis over je product en over je klanten. Voor een goede website wil je graag zo goed mogelijk communiceren, gezien web 2.0 zou het dus heel logisch zijn om input direct bij de medewerker te leggen. Je ziet dan ook steeds meer sites waarop de medewerkers van een organisatie een gezicht kijken. De vraag is alleen hoeveel vrijheid de je medewerkers hierin geeft vanuit het standpunt van corporate communicatie.
In een recent project bij een publieke instelling zijn we hier mee bezig geweest. Het idee was dat medewerkers een profiel kunnen vullen zodat bezoekers van de site ook een beeld krijgen van wie ze tegen gaan komen als ze fysiek op bezoek komen. Als je hier praktisch mee bezig gaat, moet je je al snel bezig houden met de concrete inhoud van een dergelijke profiel. In een eerste brainstorm is het heel logisch wat erop moet: een foto, contactgegevens en wat CV-achtige informatie. Maar als je gaat kijken naar de concrete invulling dan loop je vrij snel tegen een spanningsveld aan tussen de openheid van web 2.0 en je corporate identiteit.

  • Foto
    Bij fotografie heb je twee keuzes: je kunt regelen dat er foto’s van medewerkers gemaakt worden om zo een uniforme stijl en uitstraling te hebben (corporate communicatie) of je geeft medewerkers de vrijheid om zelf een foto te plaatsen (web 2.0). In een kleinere organisatie kun je erg veel leuke dingen doen met fotografie. Zo heeft bijvoorbeeld de LAgroup alle medewerkers bovenaan de pagina staan en zijn zij gelinkt aan de projecten die ze doen en de artikelen die ze schrijven. Hoe groter de organisatie is, hoe lastiger het is om foto’s te maken en bij te houden. Dan is zelf laten plaatsen een optie. Maar hoe voorkom je dan je vakantiefoto’s en andere ‘frivole’ foto’s? Vertrouw je je medewerkers dat ze foto’s kiezen die uitstralen wat jij wilt dat de site van jouw organisatie uitstraalt? Een leuke variant die ik tegengekomen ben is een bon voor een portretfoto bij de fotograaf in de buurt: tegen korting kreeg je zelf een exemplaar en de digitale variant werd op de site gezet.
  • Contactgegevens
    Contactgegevens zijn lang niet voor alle organisaties logisch, of lang niet voor alle medewerkers. Traditioneel open wat betreft contactgegevens van de medewerkers zijn de universiteiten.
    Andere organisaties en dan met name semi-overheidsorganisaties zijn vaak minder open met de contactgegevens van hun medewerkers. Met name organisaties als gemeentes of de grote wetsuitvoerders als het UWV of het CIZ kunnen niet zo open zijn met de gegevens van hun medewerkers. Zij hebben vaak te maken met medeburgers die niet primair gericht zijn op het (2.0) delen en wederzijds respect, maar maar al te vaak met medeburgers die er niet voor terug deinzen om op fysieke wijze hun gelijk te komen halen.
  • CV-gegevens
    CV-gegevens zijn zinvol omdat ze aangeven hoe geschikt het personeel van jouw organisatie is om hun werk te doen. De vraag is alleen of ze hun CV-gegevens in willen vullen, waarschijnlijk hebben ze andere prioriteiten. In bedrijven met veel informatiewerkers, zullen veel medewerkers ook al een profiel hebben op bijvoorbeeld LinkedIn. Je kunt natuurlijk naar Linkedin linken, maar dat ligt buiten je eigen site en medewerkers kunnen linkedin gebruiken om nevenwerkzaamheden te promoten. Wil je dat?
  • Vrij in te vullen ruimte
    Geef je je medewerkers de ruimte om zelf tekst aan te leveren? Dit kan je sturen door vragen te laten beantwoorden, maar het blijft een vrij in te vullen ruimte. En een behulpzame ICT-er wist me te vertellen dat vrij in te vullen velden “gevaarlijk” zijn op internet. En ja, medewerkers kunnen daar hun hart luchten over de organisatie en dat kan zowel positief als negatief zijn. Als je als organisatie weet dat je medewerkerstevredenheid laag is, dan is het inderdaad niet verstandig om medewerkers deze uitlaatklep te geven. Aan de andere kant weet je dat mensen hun hart toch wel luchten, of het nu in het café is of elders op het web. Op deze manier maak je de mening van medewerkers over je organisatie wel zichtbaar en daarmee ook bespreekbaar. Het is de vraag of dit de meest zinvolle weg is, maar het is een weg.

Algemeen kun je concluderen dat er niet één oplossing te geven is voor de profilering van medewerkers op het web. Op plekken waar medewerkers al veel met de buitenwereld communiceren en aan individuele marketing doen, is veel ruimte op het profiel gerechtvaardigd. Kijk bijvoorbeeld eens op we@wur van Wageningen Universiteit. In de meeste gevallen is het zoeken en balanceren om te vinden wat het best bij de organisatie past.

eZine

Contact

Annemiek Barnouw
Tarthorst 103
6708 HG Wageningen
0317 426683
06 26650001
annemiek(a)barnouw-advies.nl

Stuur me een e-mail Mijn profiel op LinkedIn Mijn microblog op twitter Mijn foto's op Flickr Mijn flimpjes op YouTube
Mijn bookmarks op Delicous Stuur me een gmail Mijn profiel op Facebook Mijn blogs op technorati Contact via Skype